Grazend door het goede nieuws

Grazend door het goede nieuws

‘Voor dit evangelie schaam ik mij niet, want het is Gods reddende kracht voor allen die geloven, voor Joden in de eerste plaats, maar ook voor andere volken. In het evangelie openbaart zich dat God enkel en alleen wie gelooft als rechtvaardige aanneemt, zoals ook geschreven staat: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’ En vanuit de hemel openbaart Gods toorn zich over al het kwaad en onrecht van hen die met hun onrechtvaardigheid de waarheid geweld aandoen. Want wat een mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn onzichtbare eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar. Er is niets waardoor zij te verontschuldigen zijn…’
[Brief aan de kerkjes in Rome, hoofdstuk 1, vers 16-20)

De apostel Paulus wordt wel ‘de tweede Jezus’ genoemd.
Door wie dan?
Door mij, zoals je net las.

Een groot deel van het Nieuwe Testament staat op zijn naam. Het grootste deel van het Nieuwe Testament zijn de vier levens- en stervensbeschrijvingen van Jezus, opgeschreven door Matteüs, Marcus, Lucas en Johannes. Daarna volgt het boek ‘Handelingen’, ook opgeschreven door Lucas.

En dan komt Paulus aan de beurt. Met zijn brieven. En die zijn wat overdacht en bediscussieerd! Niet normaal. Al 2000 jaar lang. Zelfs zo veel dat het zomaar meer over Paulus dan over Jezus kan gaan.

De tweede Jezus.

Paulus zou wel eens woest kunnen worden als hij dit zou lezen. Tenminste, als hij zou ontdekken dat mensen dit niet met een knipoog lezen. Hij zou absoluut niet serieus een tweede Jezus genoemd willen worden. Op dat punt is hij Trumpiaans eenvoudig: het eerste wat hij schrijft is: ‘Jesus First!’

Toch sluit hij snel aan bij mensen die, logischerwijs – al helemaal destijds, nog nooit van de man hebben gehoord.

Net als ik komen veel mensen in de natuur tot rust. Ik in ieder geval wel. Ik wandel geregeld, en ik ben graag bij water. Zeeën, rivieren en als het niet zo groot kan, dan ga ik ook akkoord met vijvers. Juist mensen die nogal in hun hoofd kunnen zitten, zoals ik, hebben die buitenwereld nodig.

Als Paulus aan het begin van zijn Romeinen-brief heeft gezegd wat het evangelie is – het evangelie over zijn Zoon, een mens voortgekomen uit het nageslacht van David, aangewezen als Zoon van God en door de heilige Geest bekleed met macht toen hij, Jezus Christus, onze Heer, opstond uit de dood’ – heeft hij genoeg gepreekt en gaat hij de natuur in.

Het komt wel behoorlijk gedreven op mij over. Best wel fel ook. En ik mis hier, denk ik, Paulus’ non-verbale communicatie. Maar omdat ik in een andere brief lees en voor betrouwbaar houd, dat hij gedreven werd door de liefde van Christus, kan ik in dit stuk juist hartstocht zien.

In mijn woorden zegt Paulus dit:

‘Stel je kent die hele man Jezus niet. Knap trouwens, in een joods-christelijke cultuur met in elk dorp en stad kerken. En met internet enzo. Maar stel!
En je bent een mens die van de natuur houdt. En je kijkt daar eens heel goed in rond. En je staat bij wat wat je ziet, ook nog eens even goed stil. Je laat je, in mijn woord, overwonderen.

Over gras bijvoorbeeld. Over de verschillende kleuren gras, de beestjes in het gras, de stugheid van gras, de geur van gras, de kracht van gras, de jeuk die gras veroorzaakt, de hoeveelheid gras, de smaak van gras (toegegeven, maar één keer gedaan – ik ben verdorie geen koe), dat gras omgezet kan worden in melk, kortom: je zou je een hele dag kunnen vermaken met gras. Ik speel er dan ook het liefst op. Maar wat ik ook wil zeggen: zit er niet heel veel goddelijkheid en kracht, alleen al in gras?’

Weet je wat ik het allermooist van gras (en alles wat groeit) vind?
Dat je het moet zaaien.
Dat het opkomt.
Groeit, en bloeit.
En dan verdort.
Weg is.
En na een tijd begint het proces weer opnieuw, met het zaad van het oude gras.

Net als het leven van Jezus.

Hij kwam.
Hij zag.
Hij vertelde in geuren en kleuren over het goede leven (‘het koninkrijk van God’).
En hij stierf.
Weg.
En na een tijdje kwam hij terug, in een verbeterde versie van zichzelf.

Ik snap die Paulus wel.
En zijn drive.

En ik zou graag eens een lange wandeling met hem maken. Als twee koeien. Lekker grazen door het goede nieuws. Het is zo’n begaafde man, met kennis en ervaring.

Ik noem hem gewoon een tweede Jezus. Misschien wordt hij er boos op. Ik denk dat hij het er ergens ook mee eens is.

En ik? En jij?

[Dit is de 21ste blog in de Maand van de Bijbel (van 24 januari tot 14 februari), waarin 22 dagen achter elkaar 22 blogs worden geschreven over bijbelse kernpassages. Joachim Vreeman, Paul Abspoel en ik hebben dit initiatief georganiseerd. Alle blogs worden verzameld in de #MVDBblogs-Facebookgroep]