!atogloG

!atogloG

Rond het middaguur viel er duisternis over het hele land, die drie uur aanhield. Aan het einde daarvan, in het negende uur, gaf Jezus een schreeuw en riep luid: ‘Eli, Eli, lema sabachtani?’ Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Toen de omstanders dat hoorden, zeiden enkelen van hen: ‘Hij roept om Elia!’ Meteen kwam er uit hun midden iemand toegesneld die een spons pakte en in zure wijn doopte. Hij stak de spons op een stok en probeerde hem te laten drinken. De anderen zeiden: ‘Niet doen, laten we eens kijken of Elia hem komt redden.’
[Matteüs 27: 45-49]

‘Steeds als ik je zie lopen, dan gaat de hemel een klein beetje open…’

En ik zing het nummer van Marco Borsato na die eerste zin zo mee.

Ook een Jood kende zijn liederen. Zou je denken. Toen Jezus de eerste zin van Psalm 22, hangend aan een kruis, uitschreeuwde, zou je denken dat ze meteen aan dat lijdenslied dachten. Maar we lezen dat ze denken dat hij om de profeet Elia roept, omdat ‘mijn God’ (‘Eli’) in het Aramees sterk op ‘Elia’ lijkt.

Het geheim werd pas later ontdekt: Psalm 22, een lied dat vele eeuwen voor Jezus’ kruisiging geschreven is, bevat het script van die kruisiging!

Matteüs, een van de twaalf apostelen van Jezus, heeft dit geheim ontdekt. In zijn biografie van Jezus, het eerste boek van het Nieuwe Testament, lees je in hoofdstuk 27 hoe hij de kruisiging beschrijft. Hij beschrijft daar Psalm 22, prachtig geredigeerd maar ook in real life!

En… het gaat precies andersom. Psalm 22 bevat het omgekeerde script van Golgota. Omgekeerd lezen dus. De oude psalm 22 – hier te lezen als je dat wilt – begint met de wanhopige ‘Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten’- uitroep van dichter David, Matteüs eindigt er zijn beschrijving van de kruisiging van Jezus mee.

Jezus beantwoordt en deelt in ons lijden. Ons lijden, onze eenzaamheid, onze pijn wordt gedragen door zijn pijn, eenzaamheid en lijden.


NBV
Hertaling van Psalm 22 NBV
Psalm 22:1 Mijn God, mijn God, waarom verlaat u mij? Matteüs 27:46
Psalm 22:9 Ik hoor ze zeggen: ‘Kijk hem nu toch bouwen
op God de HEER – laat die hem dan bevrijden.
Als God hem liefheeft, laat hij hem niet lijden!’
Matteüs 27:43
Psalm 22:13 en 17 Ze staan als stieren, leeuwen om mij heen. (…)
Die valse honden tonen hun gebitten. (De stieren, leeuwen en honden staan symbool voor de hogepriesters, de schriftgeleerden en de oudsten.)
Matteüs 27:41
Psalm 22:18 Ik voel de spot, hoor grappen om me heen. Matteüs 27:40
Psalm 22:19 En om mijn kleren komt men overeen het lot te werpen. Matteüs 27:35

 

Zonder het gevoelsleven van dichter David te kort te willen doen, kunnen we dénken dat God ons verlaten heeft. Jezus heeft het echt meegemaakt. De Zoon – van God los. Op Golgota angstwekkend gesymboliseerd in drie uren pikdonkere duisternis. Jezus daalt neer in de hel op aarde, waar de David-van-toen en ik, een David-van-nu, nooit ben geweest.

Het verhaal laat me twee dingen zien.

1. De Bijbel bewijst zichzelf. Op een ongelooflijke manier. Het script is al bijzonder, de realiteit nog veel meer.

2. Ik krijg een spiegel voorgehouden. Durf ik zelf in mijn eenzaamheid en pijn te zijn en de wanhoop te voelen (in plaats van in entertainment en leukigheid weg te vluchten)? En durf ik zelf bij mensen te komen die het zwaar hebben, en in een hel op aarde leven?

[Dit is de 18e blog in de Maand van de Bijbel (van 24 januari tot 14 februari), waarin 22 dagen achter elkaar 22 blogs worden geschreven over bijbelse kernpassages. Joachim Vreeman, Paul Abspoel en ik hebben dit initiatief georganiseerd. Alle blogs worden verzameld in de #MVDBblogs-Facebookgroep]