Wat profeten willen (w)eten

Leraren kennen we.
Mooi beroep is dat.
Je medemensen wat bijbrengen, en leren om te leren.
En dat je dan door de interactie en de gesprekken zelf ook weer nieuwe dingen leert.
Tof!

En stel nou dat je jezelf niet alleen als leraar ziet.
Maar ook als profeet.
Als wattes?
Ja, als een profeet.

Heb je daar een beeld bij?
Ik weet niet of je dat hebt.
Maar misschien denk je aan iets als dit:

En David, gaan de Oranjeleeuwinnen morgen winnen van Amerika?
En zo ja, met hoeveel?
En wie maakt het eerste doelpunt?
Loopt het uit op verlenging en strafschoppen?

Profeten kunnen dat weten, toch?
Als toekomstvoorspellers.
Zelfs als toekomstvoorzéggers.

Kijk, Piet Paulusma en Marco Verhoef voorspellen het weer van morgen.
Een profeet kan de toekomst voorzeggen.

Roept zoiets herkenning op bij die functie van profeet?

Je hebt ze trouwens niet alleen bij SBS en de NOS.
In de kerk heb je ze ook.
Profeten.
Mensen die, zoals dat dan vaak wordt genoemd, dingen “op hun hart krijgen” en “woorden van God” aan andere gelovigen kunnen doorgeven.
Het wordt de ‘gave van profetie’ genoemd.
Een bijzonder ding.
Ik kan erover meepraten.

Persoonlijk voel ik me dan ook erg verbonden met dit fenomeen (lees hier een persoonlijk voorbeeld van zo’n ervaring).
Als ik moet kiezen uit de vijf vanouds bestaande kerkelijke functies, dan plaats ik mezelf graag in de categorieën ‘leraar’ en ‘profeet’.
In die combi kan ik goed gedijen.
Ik vind die ook veelzijdig en spannend.
Veel kerken erkennen deze functies ook.
Er zijn herders en leraren, vaak dominee of predikant genoemd.
Er zijn evangelie-verkondigers: evangelisten.
Er zijn apostelen: uiteraard de eerste leerlingen van Jezus, maar ook zogenaamde ‘zendelingen’, een letterlijke vertaling van ‘apostelen’.
Maar de functie van profeet… die heb ik in de kerk nooit gekend.
In mijn kerkelijke ervaring zijn er nooit profeten in de kerk geïnstalleerd.
Zonde is dat.
En het heeft ook grote gevolgen.
Want kerken missen daardoor zomaar een innerlijke, kritische stem.
Mensen die de boel scherp houden.
Mensen die het heilig verklaarde zo nu en dan ontheiligen.
Mensen die kunnen kietelen en narren.
Mensen die humor en ruimte en lucht kunnen brengen als het leven te zwaar is gemaakt.
Mensen die ernst kunnen brengen als het leven te vrijzinnig of te navelstaarderig wordt.
Haal de profeten weg, erken ze niet, geef ze geen plek, laat ze stikken, zwijg ze dood, en je tekent voor lauwheid en een verstarde status quo.
Maar misschien en hopelijk herken je dat niet in je eigen kerk.

Ja, schaar mij maar onder de profeten.
Het zijn echt van die eenlingen.
Zonderlingen.
Luizen in de pels.
Vreemde vogels.
Teruggetrokken types die zich geregeld maar op hun eigen tijd in het openbaar laten zien.
Kunstenaars, artiesten, bohémiens.
Individualisten die voelen dat ze anders dan anderen zijn en doen.
En anders krijgen ze dat wel van die anderen te horen…

Tegelijk voel ik er ook bescheidenheid bij.
Het klinkt zo hoogdravend, vind je niet?
Voorspellen.
Voorzeggen.
Profeet.
Ik voel een uitspraak van de Joodse profeet Amos diep mee.
Hij zegt ergens: ‘Ik ben helemaal geen profeet, en ook geen profetenleerling. Ik ben veeboer en vijgenteler.’

Alleen ben ik dan een zoon van een visboer.
Uit Spakenburg.
Maar ja: veeboer, visboer, die paar letters verschil maken niet zoveel uit.
Nog steeds zijn het van die beroepen waar je moeilijk CEO in kunt worden, zeg maar.
En het zijn geen beroepen waar je per definitie en als vanzelf status en respect van anderen door krijgt.
Ook niet van die beroepen die je per se op je LinkedIn-, Facebook- of Twitterprofiel wilt zetten.
(Ik vind het prachtige beroepen, dat wil ik hier graag even zeggen! Ik kom vaak op de boerderij en sta graag aan de viskraam!)

Tja, profeet.
Je zult het maar zijn.
Lastig hoor.
Bovendien: van die gave van profetie kan zo snel misbruik worden gemaakt.
‘Ja, het zijn woorden van God die ik heb gekregen, dus als ik jou was zou ik daar maar even goed naar luisteren.’
Machtsdenken en emotionele manipulatie liggen gevaarlijk snel op de loer.
Er is in het kerkelijke verleden ook wel misbruik van gemaakt.
En misschien wordt dat nog wel steeds gedaan, daar heb ik geen zicht op.

Aan de andere kant: dat doen die weer-profeten op tv ook.
Dat is minder schadelijk natuurlijk.
Maar de weerman die er eerlijk vooruit komt dat-ie er gisteren faliekant naast zat, moet volgens mij nog geboren worden.
Te vaak dekken zij zich eenvoudig in.
‘We zijn weervoorspellers, geen waarzeggers.’
Terwijl een arts die een verkeerde inschatting maakt over een ziektebeeld, zich wel mag verantwoorden.
Dan denk ik: aan ‘sorry’ zeggen heeft volgens mij nog nooit iemand een ziekte overgehouden.

Hetzelfde geldt voor iemand als Thierry Baudet.
Als je het prototype ‘seculiere profeet’ zoekt, dan is hij het wel.
Hij profeteert dat we als samenleving “het verlies van God” – zoals hij dat noemt –  op alle mogelijke en zoekende manieren aan het opvangen zijn.
Ik ken geen christen-politicus die deze analyse zo duidelijk en publiekelijk verwoordt.

Het verlies van God.
Het klopt.
Ik merk het ook.
De lege plek.
Het zoeken.
De opvulling van de lege plek.
Het cynisme soms.
De onverschilligheid ook.
De capitulatie.
Hoe ook theologen ‘God’ dan maar vermijden, en vervangen door Het Morele Principe, Het Fijne, Het Leuke, De KnuffelHeer, De Warmte, of Het Kaarslichtje.
Je moet toch wat.
God is dood, ik weet het.
Ik deel die filosofische conclusie van Nietzsche.
Maar hij wordt zomaar op de lelijkste en meest lachwekkende manieren weer levend gemaakt.
Dat je denkt: laat hem alsjeblieft dood liggen.
Want nu graaf je een vies skelet op.

En de gevoeligheid, die merk ik ook door het verlies van God.
Op begrafenissen bijvoorbeeld.
We mogen het daar over alles hebben.
Over onze eenzaamheid, pijn, ellende, ons verdriet, de radeloosheid, het gemis en over troost.
Maar niet over God.
Waag het niet!
Houd God buiten de dood van onze dierbaren!
Onze overgevoelige en ongeneeslijk religieuze zieltjes kunnen het niet aan.
(Ik denk dan drie dingen: 1. Een ‘God die dood is’ past daar toch juist heel goed? En 2. Prima, het hoeft van mij niet per se over God te gaan. En 3. als we hem toch verloren hebben, wat is er dan zo erg aan om God tevoorschijn te halen? Maar dan mooi, en goed, en eerlijk. Dat is het punt natuurlijk. We willen geen kut-of-klote-god. En dat snap ik. Maar, eh, als ik mijn telefoon verloren ben, dan ben ik wel blij als-ie wordt teruggevonden. En dat ik hem terugkrijg. Mag van mij trouwens ook als ik toevallig op een begrafenis ben.
En dan hebben we het dus over een telefóón hè.)

Het verlies van God.
Baudet spreekt ware woorden.
Mooie boektitel ook trouwens.

Maar ja, hoe Baudet het christendom vervolgens opnieuw inzet om een soort autocratische, nationalistische samenleving te creëren waarin een soort oervorm van Nederlands cultuurchristendom nieuw leven wordt ingeblazen, en waarin vervolgens iedereen die niet aan de normen en waarden van dat cultuurchristendom voldoet kan ophoepelen – tsja, het heeft schrijnend en bar weinig te maken met de open-minded Christus op wie het begrip ‘christendom’ en ‘christelijk geloof’ is gebaseerd.

Bovendien, de vermenging van christelijk geloof en politiek vraagt om een dosis wijsheid en innerlijke rust waar je u tegen zegt.
Baudets constant multi-interpretabele gepraat (‘Zo heb ik mijn woorden niet bedoeld’, ‘Mijn vrouw-onvriendelijke uitspraken worden uit hun context gehaald”, enz.) en zijn snelle opgefoktheid getuigen maar weinig van die rust en wijsheid.
Om verder maar geen woorden vuil te maken aan zijn gemene, geniepige, emotionele manipulatie.

Seculiere profeten.
Kerkelijke profeten.
Je zult maar zo’n profeet zijn.
Ik wil het steeds meer leren.
Ik voel me echt een beginneling.
Een autodidact.
En ik denk: bestonden er maar, net als in die oude Israëltijd, zogenaamde profetenscholen.
Lees die uitspraak van Amos nog maar eens: ‘Ik ben geen profetenléérling’.

Want weet je wat ik zo fascinerend vind aan die profeten?
Niet eens dat ze iets moois en unieks voor hun medemens kunnen betekenen.
Dat ze woorden van God aan anderen kunnen doorgeven.
Omdat ze iets ‘op hun hart hebben gekregen’.
Gewoon iets móeten zeggen.
Net zoals de profeten zeiden ‘Dit zegt de Heer’, maar vervolgens hun eigen mond open deden, en zeiden wat ze moesten zeggen.
Wat een connectie!

Ook waardeer ik het niet eens dat het persoonlijkheden zijn van wie je het idee hebt dat ze op de een of andere manier dichter betrokken zijn op het hart van God.
Op Gods pathie.
Sympathie.
Empathie.
Op Gods passie – zijn hartstocht, meeleven, pijn, warmhartigheid en gedrevenheid.

Profeten?
They eat God’s heart out!
– in positieve zin.
Veel meer dan toekomstvoorspellers of toekomstvoorzeggers zijn het mensen die op de een of andere manier het goddelijke hart in zichzelf horen kloppen.
Alsof hun eigen hart regelmatig meeklopt met die van de Allerhoogste.

Maar dat is nog niet eens wat ik het meest bijzonder vind.
Ik bedoel: God is geest, en wij hebben zelf ook een geest (Engels: mind).
Dus dat die connectie bestaat, en dat er mensen zijn die er wat meer mee zijn geconnect vind ik heel mooi maar ergens ook wel logisch.

Wat me wel enorm fascineert aan die profeten is hun kijk op de wereld.
Ze hebben de wereld om hen heen in beeld.
Echt ongelooflijk vind ik dat!
Zonder Google Maps hè.
Zonder achtuurjournaals.
Ze hebben vanuit hun eigen land Israël een helikopterview over de omringende landen.
Ze willen per se weten wat er zich om hen heen afspeelt.
En ze weten het!
Ze denken niet alleen, ze kijken ook out of the box.
Uit de eigen bekende kaders, gewoontes, normen, waarden en tradities.
De profeet Jesaja bijvoorbeeld heeft het hoofdstukken achter elkaar over Babel, Assyrië, Moab, Aram (Syrië), Nubië (Ethiopië) en Egypte.
Dan denk ik: Hoe is dit in godsnaam mogelijk?
Hoe weet hij dat allemaal?
Dat is toch niet normaal?
Hoe heeft hij daar zicht op gekregen?
Net als die andere profeten, zoals Jeremia, Ezechiël, Nahum en Zacharia.

Vergelijk dat eens met de seculiere profeten van nu.
Die vaak niet verder komen dan de bescherming van hun eigen landje, en hun landgenoten daarin meetrekken.
Of vergelijk dat eens met de kerkelijke profeten.
Die vaak niet verder komen dan de bescherming van hun eigen kerkje, en geloofsgenoten daarin meezuigen.

Je zult maar profeet zijn!

Zo.
En dan kan ik nu naar buiten.
Piet en Marco hebben gelijk.
De bewolking zou later op de dag openbreken.
Het wordt langzaamaan een stralende dag.

PS. Vind je dit onderwerp interessant? Ben je benieuwd of je jezelf als een profeet kunt of wilt zien (en voel je daar misschien nog schroom, angst of schaamte bij), lees dan absoluut het boek ‘De Profeten’ van Abraham Joshua Heschel. Een beter en mooier boek hierover ga je niet vinden. Prachtige bijbeluitleg ook.


De theaterdominee tourt komend seizoen door Nederland met zijn theatercolleges die je aan het denken willen zetten. Check hier welke plaatsen hij in zijn theatertour ’19/’20 aandoet, en reserveer je tickets!